Riddergoed Pommlitz
Mügeln
 

De familie Schmidt

De familie "Smyt" (Smijt, Smit, Schmidt) behoorde tot het Patriciaat van Kampen, die onder de titels  "Eersaem" en "Goede Luiden" tot de klasse van ministerialen (dienstmannen) van het Bisdom Oversticht werden gerekend. De eerste vertegenwoordiger van deze familie was "Johan Smyt"; die tussen 1409 en 1412 als Ambtenaar in Salland en Rentmeester van de Abdij in Essen voorkomt. Johan zegelde zijn brieven met zijn wapen (1399-1403): in een schild een toernooiring op een schavot (omgekeerde T), aan weerszijden vergezeld van een lelie. Hoewel de oorsprong van zijn geslacht onduidelijk is, kan via de belening van de Havezathe Effinc in Elsen (tevens Haus Yrst in Hattem) een familieband met de adellijke familie; "van den Laer" en "van Apeldoorn" worden vastgesteld. Hoewel zijn hoofd verblijfplaats Zwolle was, bezat hij bezittingen in de landen onder Mastenbroek en in Kampen. Hierdoor werd zijn kleinzoon ‘Johan Beerntsz Smyt’, die van 1445 tot 1451 stadssecretaris en medeauteur van de Kampense stadskroniek was, later tot het "Patriciaat van Kampen" gerekend. Zij hadden al sinds 1424 toegang tot de Ridderschap van Overijssel en werden daarmee beschouwd als Schild- en Ridderboortige (Schildknapen). Ze werden daarmee gelijkgesteld met de hovelingen en de "ridderlijke adel" en hadden een zetel in het bestuur van de gilden en het stadsbestuur.

Een tak van deze familie heeft echter een andere afkomst. In 1576 verwierf "Bernt von Münster" het staatsburgerschap van Kampen nadat hij hier al vijf jaar lang zijn toevlucht had gezocht als voormalig predikant van Nordkirchen. Hij behoorde tot een natuurlijk tak (bastaarden) van de Freiherren "von Münster", namelijk de tak van Erbmänner; "Münster von Lindhövel". De Erbmänner waren de stadsadel, de patriciërs in de stad en het bisdom van Münster. Zijn wapenzegel als predikant; onder een schildhoofd een bokaal. Hij was in Kampen getrouwd met "Lisabeth Kruiys (Kruse)", die in 1593 als zijn weduwe voorkomt en een tweede huwelijk aanging met "Henrick Jans Smijt". De zoon van Liesbeth Kruse "Jan Smit" werd op 10 juli 1615 benoemd als erfgenaam van Henrick Jans Smit van een huis en hof in de Nieuwstraat op de hoek van de Schapensteeg nabij het kleine Poortje van Kampen. Hoewel dit alle schijn van vaderschap wekt, legt Jan Smit in 1610 zijn getuigenis af aan de gereformeerde Kerk van Kampen en trouwt hij met Pieterke Hermans. De conclusie kan hierbij niet anders zijn dan dat de vader van Liesbeth Kruse haar zoon, haar eerste echtgenoot was.

Het bewijs hiervan kon uiteindelijk geleverd worden door een breed DNA onderzoek naar de voorouderlijke afstamming. DNA matches met de families; van Hackfort (1x), Kruse (16x), von Limburg (9×), von Droste (10x), von Munster (17×), von Diepenbroeck (1x), Wulff von Ludinghausen (13×), von Isselmuden (1x), van Ruitenborg (1×), von Grothaus (2x), von Senden (9×), Poggenpohl (2×), Korff (14x), Ellenbruch (2×), Schnetlage (2×), von Langen (9×), von Werl (2×), von Westphalen (1×), Stael 7×).

Op 10 maart 1681 werd zijn nakomeling "Marten Smit" ingeschreven als "Grootburger" in de stad Kampen. Zijn kinderen probeerden echter een nieuw leven te vinden als lakenmakers in Leiden en Delft, maar werden getroffen door tegenslagen en ziekten. wat ertoe leidde dat verschillende generaties zich bij de VOC voegden als bosschutters en later een familie van beroepsmilitairen werden. Uit deze tak ontstond vanaf 1849 een familie van muzikanten en kermisreizigers.

Afstammeling "Johannes Jacobus Schmidt", geboren 4 november 1883 in Nijmegen. Overleden 22 juni 1957 in Hilversum. Hij was accordeonist en handelaar van beroep en werkte in Hilversum als muzikant voor het Straßburger Circus. Net als zijn vader werd zijn draaiorgelmuziek begeleid door het optreden van een aap, wat hem de bijnaam "Apejan" opleverde. Getrouwd met Renske van Houten (Sireuversche) op 18 april 1906 in Amersfoort. Zij is overleden op 2 december 1932 in Laren. De kinderen uit dit huwelijk waren: Susanna Schmidt, Jacob Schmidt * 23 november 1907 te Breda + 29 maart 1970 te Oegstgeest. Gehuwd op 2 augustus 1933 met Antonia Bos in Amersfoort, Maria Schmidt, Antonia Schmidt, Allegonda Schmidt, Rinske Schmidt en Carel Schmidt.

Renske van Houten en haar vader Jacobus van Houten blijken DNA matches te zijn met de DNA afstammelingen van Harm Christiaan Zuroverste (1774-1855) en zijn vrouw Jantje Hindriks Mulder. Jacobus van Houten werd geboren 4 mei 1852 in het Ziekenhuis van Utrecht als zoon van Antje van Houten. Reeds eerder in 1850 had zij in Utrecht de dochter Christina van Houten het leven geschonken. In beide aktes staat Antje als ongehuwd en als Dienstmeisje in Groningen vermeld. Uit onderzoek blijkt haar aanstelling als Dienstmeisje bij de familie "Sireuversche" te zijn geweest. Christiaan Sireuversche en zijn broer Hindrik Sieroversche exploiteerden samen de Trekschuit nummer 2 die van Groningen naar Martenshoek voer en waarbij reizigers bleven overnachten in herberg de Bonte Koe te Martenshoek waar Antje het dienstmeisje was. Hiermee kunnen wij dus Christiaan Sireuversche (1812-1893) als natuurlijke vader van beide kinderen aanmerken. De familie Sireuversche (Suuroverste) werd aan het einde van de 19e eeuw aangemerkt als de notabelen van Martenshoek.


GENEALOGIE


I. Amelung Billung. 770-811. Zonen; Billung, Bennid en Rudrad. 


II. Bennid Billung 790-846 


III. Wichman, graaf van Hamaland is geboren omstreeks 795, zoon van Bennid I van Saksen en Egbertha van de Wetigau. Wichman is overleden in 860 (855). Graaf van Hamaland door huwelijk. Wichman trouwde met NN Meginhardsdochter van de IJsselgouw. NN is geboren omstreeks 800, dochter van Meginhardt I van Isala. 


IV. Wichman II, geboren omstreeks 820, zoon van Wichman I graaf van Hamaland  en Richild  Meginhardsdochter van de IJsselgouw. Wichman is overleden op 02-02-880 (881). goedvinden van koning Lotharius I, de grafelijkheid in het Friese gebied tussen Lauwers en Eems hebben verkregen, met daarnaast bezit van leengoederen en eigen goederen uit de erfscheiding. Wichman sneuvelde in de strijd tegen de Denen in het beneden Elbe gebied. Wichman trouwde met Imhilde Amelungs dochter. Imhilde is geboren omstreeks 820, dochter van Amelung II en Hadewich van Saksen. 


V. Egbert Billung 855-932. Graaf en markgraaf Egbert Billung (*ca 865-932?) is een zoon van Wichman II (*?-880). Wichman II was gehuwd met een kleindochter van Egbert van Saksen en Ida van Herzfeld. Aangenomen wordt dat Wichman II in 880 sneuvelde tijdens een bloedige slag van Saksische graven tegen de Denen in het beneden-Elbegebied. Egbert Billung graaf in Wetigouw kreeg in 892 van koning Arnulf 66 koninklijke hoeven in de graafschappen tussen de Leine en de boven-Wezer en in Bardengouw, aan de Elbe, een kerngebied van de latere Billungers. Egbert kreeg deze gift omdat hij Arnulf had geholpen in diens strijd tegen de Moraven. 


VI. Billung de Stubenskorn, geboren 890 in Luneburg en overleden 26 maart 967 in Luneburg. Markgraaf van Saksen. Gehuwd met Ermengarde de Nantes en Imma. The Chronica Principum Saxoniæ names "vir…nomine Bilingus" as father of "Hermannum", although the accuracy of this statement is not known. 


VII. Hermann Billung, overleden 27 maart 973. 912-973.


VIII. Hermann (Bernard) von Arnsberg-Werl. Ook bekend als:"Herman I von Werl", "Hermann I von Arnsberg". Datum van Geboorte 940 Plaats van geboorte: Wetteraukreis, Darmstadt, Hessen, Germany (Duitsland). Overlijden: circa 985 France (Frankrijk). Gehuwd met Gerberga von Burgundy.


IX. Hermann von Werl (von Wethigau), Graf von Wethigau. Datum van Geboorte circa 980. Plaats van geboorte:Werl, Lippe, Nordrhein-Westfalen, Deutschland (Duitsland) Overlijden:1042 (57-67) France (Frankrijk). Gehuwd met Godila van Rothenburg. Graf im Lochtropgau 997.  Graf 1016/17.  Vogt of Kloster Werden, until 1019.  Graf im Dreingau 1019.  Graf im Lerigau 1020.  Graf von Werl 1024. Auserdem war er Vogt der Stifte Werden, Liesborn, Meschede und Oedingen.


X. Rudolf von Werl, ook bekend als:"Ludolf von Meinhövel zu Werl"Datum van Geboorte circa 1008. Graaf in de Emsgau, graaf in Frisia, graaf in Fivelgo. 


XI. Aeidadus von Meinhövel. Datum van Geboorte. circa 1030. 


XII. Hermann von Meinhövel. Datum van Geboorte 1055. Overlijden omstreeks 1115, in hetzelfde jaar in gevecht met het Bisdom Munster. . Zoon van Aeidadus von Meinhövel. Vader van Ludbert von Meinhövel


XIII. Ludbert von Meinhövel. Datum van geboorte circa 1070 Overlijden:1139. Zoon van Hermann von Meinhövel. Vader van Lubbert I von Bevern, stichter van het klooster Hohenholte en Ludolf von Menhuvele, Herr auf Brockhof en NN von Meinhövel


XIV. Ludolf von Menhuvele, Herr auf Brockhof. Ook bekend als: "von Holenbeke". Datum van geboorte 1100. Overlijden: 1139. Naaste familie: Zoon van Ludbert von Meinhövel. Vader van Rudolf von Meinhuvele en b Volgens sommige genealogien de vader van Ernst I (Emestus de Monasterio) von Munster, een andere genealogie noemt Wulfhardus de Monasterie als zijn vader. Wulfardus de Monasterio, miles (ridder) 1127-1151 onder de Bisschoppen Egbert en Werner van Munster. In 1130 aanwezig op het Konzilie van Wurzberg.  In 1131 begeleide hij Bisschop Egbert in het gezandschap naar Rome. In 1147 deelnemer aan de Kruistocht tegen de Wenden onder Bisschop Werner. 


XV. Ernestus (Ernst) de Monasterio, Ambtman en Ridder onder de Bisschoppen Friederich en Ludwig van Munster. Hij nam onder Bisschop Friederich in 1161 deel aan de Italië kruistocht en de belegering van Mailand. In 1164 deelnemer in de strijd tegen Heinrich von Arnsberg. In 1173 aanwezig op de Vorstenbijeenkomst te Goslar. Overleden in 1184. Gehuwd met Atelheitis von Bevern.


XVI. Hermann de Monasterio, Ambtman 1180-1230. Gehuwd met Methilde von Kuckelsheim. Hij nam onder Bisschop Hermann van Munster van 1189 tot 1192 deel aan de 3e Kruistocht in de verovering van Akkon en nam later samen met Bisschop Otto van Munster deel aan de 5e Kruistocht van 1217. Ongetwijfeld was hij ook deelnemer in 1227 aan de slag bij Ane waar ook de Munster Bisschop Diderick zur Lippe bij aanwezig was.


XVII. Hermann de Monasterio, Miles (Ridder) 1268-1286. Gehuwd met Gisela, genoemd als weduwe in 1303.


XVIII. Hermann de Monasterio, Miles (Ridder) 1268-1303. Gehuwd met Bertrada (von Ahaus?), genoemd als zijn weduwe in 1303.


XIX. Hermann de Monasterio, geboren omstreeks 1271. Genoemd van 1286 tot 1324 als Ridder. Gehuwd de  1e maal met Gertrud en de 2e maal met Margaretha von Meinhövel. Erfdochter van Meinhövel, Botzlar, Otmarsbocholt en Dahl. 


XX. Hermann von Münster zu Meinhövel. Geboren uit het 2e huwelijk. Van 1315 tot 1324 genoemd als Heer van Meinhövel. Mogelijk dezelfde als zijn hieronder genoemde zoon. Gehuwd met Elsebe, Gravin van Limburg. Genoemd in 1348 als zijn weduwe.


XXI. Hermann von Münster zu Botzlar. Genoemd van 1324 tot 1348 als Knappe (1340). Reeds overleden in 1348. Gehuwd met Elsebe von  Droste. 


XXII. Bernard (Hermann) von Münster zu Botzlar. Genoemd van 1342 tot 1353 als Knappe en van 1360 tot 1370 als Ridder. Gehuwd in 1346 met Elsebe Oda Wulff von  Ludinghausen.


XXIII. Heinrich von Münster. Geboren 1347 en overleden 1425. In 1376 genoemd als Knappe en in 1403 als Heer van Botzlar, Meinhövel en  Ottmarsbocholt. Gehuwd met Elsebe von Bodelschwingh. 


XXIV. Bernhard (Johann) von Münster zu Botzlar und Meinhövel. Geboren omstreeks 1398. Gehuwd met Johanna van Ruinen. Genoemd in 1425 als Edler (Freiherr) en Heer van Ruinen. Genoemd van 1433 tot 1459 als weduwnaar en Heer van Ruinen, Botzlar, Selm en Ottmarsbocholt.


XXV. Johann von Münster, genaamd "Oving". Geboren tussen 1425 en 1433. Gehuwd 1e maal met Catharina von  Aschebroeck, overleden voor 1487. Voor de 2e maal gehuwd op 2 november 1496 met Bertha Hille von Diepenbroick. Ook genoemd Johan Oving. Request van 18 oktober 1473 archief Dickninge. Berent ter Maat, kerkheer te Diever en deken van het land van Drenthe, mr. Johan Gheye kerkheer te Hasselt en Johan Boelmans bepalen - als scheidsrechters tussen de abdij te Dickninge en Johan Oving: dat over de achterstallige stede mudden niet verder gesproken zal worden; dat de abdij zal blijven gebruiken en Johan zal vrijwaren al het goed dat gescheiden is van zijn bezittingen; dat de abdij niet zal genieten ene rente van 14 maar ene rente van 5 Groninger mudden rogge uit Johans erf Broextinghegoed, bij hemzelf in gebruik, welke Johan zal vrijwaren; waarna Johan Oving aan de abdij het bewuste goed en de rente overdraagt voor buren van Ruinen. Met goedkeuring dezer overdracht en medebezegeling door de leenvrouwe joffer Johanna vrouw te Ruinen, haren voogd en man Roelof van der Laer heer te Ruinen knape, Hendrik van Munster en Johan Oving. Johan van Münster te Meinhövel, Botzlar genoemd als weduwnaar van Catharina van Dorneburg, genoemd von Aschebroeck. In 1465 neemt hij de neef van zijn moeder Johan, graaf van Hoya gevangen. 


XXVI. Bernhard von Munster, geboren in 1500 uit een huwelijk van Johann von Munster zu Meinhovel en Berta Hilla von Diepenbrock. Zijn moeder werd nog op 9 septenber 1536 genoemd te Nordkirchen. In 1553 gaf hij zijn eigen leeftijd op van 53 jaar. Overleden 1557. Hij had een relatie met Anna Tartenmeckers (Teutenberg), waaruit het Erbmänner (Stadsadel of Patriciaat) geslacht "von Münster zu Lindhövel". Hij was Domheer van Munster.


Op 9 september 1532 benoemde hij te Nordkirchen  zijn executeurs-testamentair Rotger Korff genaamd Schmising, Domscholaster, Philipp von Hörde, Vicedominus, Johann Kock en Heinrich Ubbenhoyt, kathedraalpredikanten. Op 28 augustus 1537 sloot hij een contract met Bernd Wolf zu Füchteln vanwege een dienstknecht, 27 juli 1541 met Johann Kerckerinck zur Borg, 15 april 1542 Bemiddelaar in het geschil tussen Domheer Heinrich von Münster en zijn broer Jakob. Op 28 februari 1546 was hij eigenaar van het Scholving-obedienst. In 1548 genoemd met betrekking tot zijn natuurlijke zoon Bernhard dan 21 jaar, uit verbintenis met Catherina (Wencke). In 1550 Commandant van het Huis Ludinghausen, 13 december 1552 idem. Volgens de kapittelstatuten van 1553 staat zijn naam op de 8e plaats onder 35 Domheren. Op 13 november 1553 werd hij verkozen tot kathedraalprovoost en op 1 januari 1554 door de bisschop bevestigd. Na het aftreden van Bernhard van Münster droeg de bisschop de aartsdiaken van Stadtlohn over aan Bernhard Morrien; 29 november 1555 nog steeds eigenaar van de Obedienz Scholving, 3 april 1556 Aartsdiaken van Stadtlohn, 21 september 1556 eigenaar van het Huis van Lüdinghausen. Na de kinderloze dood van zijn neef Heinrich von Münster bouwde de kathedraalprovoost in 1555 het Laurentiusaltaar in de kathedraal, waarondee hij na zijn dood werd begraven. Bernhard van Münster stierf op 1 mei 1557, in een pauselijke maand. Johann Schencking, die zijn opleiding had genoten aan het Collegium Germanicum en door het kathedraalkapittel het bezit werd geweigerd vanwege zijn afkomst uit een Erbmänner familie van de stad Münster, werd ter beschikking gesteld. Het incident gaf aanleiding tot het Erbmänner proces dat duurde tot 1708. De begrafenis vond plaats op 3 mei dit jaar. 's middags om 4 uur voor het Laurentiusaltaar. Het wapen van de provoost werd op de 16e plaats in de kapittelzaal geplaatst. Dietrich Ketteler,  thesaurator van de kathedraal, die de plaats innam van de inmiddels overleden kathedraalgeleerde Heinrich von Plettenberg, de kathedraalvicaris Johann Nordermann, Bernhard von Münster, trad nu op als executeurs- testamentair en Johannes Plater, beide familieleden van de kathedraalprovoost (Nordkirchen U.1563, 18 januari), en de Domheer Bernhard von Raesfeld voor wijlen Domheer  Heinrich von Münster (ibid. U. 1563, 24 juli). De kathedraalprovoost had samengewoond met Anna Tartenmeckers (Tortemeckers, Teuten, Toitemeckers, Teuteberg, Totenmakers), bij wie hij minstens zeven kinderen kreeg: een zoon Bernhard von Münster, wonende in Münster, was getrouwd 28 maart 1566 te Nordkirchen met Gertrud Clevorn (Nordkirchen, een dochter Mechtild von Münster gehuwd 24 januari 1569 met de Telgter-burger Johann Schomecker genaamd Stappervenne, een dochter Katharina gehuwd 18 januari 1572  te Nordkirchen met de landsecretaris Johann Droste, een zoon Johann von Münster genaamd Brunschwiger gehuwd 15 oktober 1570 met Getrud, een dochter Anna met Johann Hove genaamd Wormsberges. Op 15 januari 1564 ontving ze 1.100 Rel uit de nalatenschap van de kathedraalprovoost, en op 28 februari 1586 werd ze weduwe. Een dochter Agnes, nog heel jong 15 november 1569 trouwde op 2 februari 1576 met Philipp von Sinderen. Zijn zoon Heinrich, Drost zu Sassenberg, was al op 25 november 1572 overleden, evenals Heinrichs natuurlijke zoon Johann von Münster, predikant van Ottmarsbocholt overleden 25 oktober 1572. Een dochter Margaretha leefde nog 23 april 1586. Dat zijn de natuurlijke kinderen van de kathedraalprovoost die werden gerespecteerd in de familie, waaruit blijkt dat hun tante Anna hen in haar testament opnam op 2 september 1581. Op 13 januari 1589 bevestigden Philipp von Poppinghausen, die waarschijnlijk identiek is aan de bovengenoemde Philipp von Sinderen, en Johann Droste, echtgenoten van Agnes en Katharina von Münster, evenals Bernhard von Münster, de ontvangst van zilveren schalen met een gewicht van een totaal 26 pond en 30

Kavel uit de nalatenschap van de kathedraalprovoost. Herinneringen: Kathedraal 1 mei Memoria Bernhardi de Münster, huius ecclesie prepositi ac archidiaconi in Loen obiit 1557 primo die mensis Man. Een inscriptie ter ere van hem stond vroeger onder het standbeeld van St. Agnes bijgevoegd: Praepositi summa Bernardi a Munster in aede / Sumptibus hoc factum quisque sedile scat/ Hic residens igitur causa pietatis habebit/ Muneris hanc dedem mnemosynonque loco. / Anno 1563. Zegels: een. Rond, 28 mm, schuin familieschild, daarboven een helm met kroon en buffelhoorns. Opschrift: rechtsonder beginnend: S(IGILLVM) B(ER)NHARDI DE MVNSTER. Beschadigde druk uit 1550. Puntig ovaal, circa 41 bij 26 mm, wapenschild, St. Paul met zwaard en boek. Opschrift: BERN(AR)DVS.A.MVNSTER.P(RE)P(OSI)T(V)SECCL(ES)IE MON(ASTERIENSIS). Goede impressie uit 1555.


Er werden 7 kinderen geboren uit zijn relatie met Anna Teutenmacher:

1) Mechtild von Munster, geboren circa 1523. Gehuwd met Johann Schomecker.

2) Katherina von Munster, geboren circa 1524. Gehuwd met Johann Droste.

3) Johann von Munster, genaamd Brunschwig. Geboren circa 1525. Gehuwd met Getrud 

4) Anna von Munster, geboren circa 1526. Gehuwd met Johann Wormsberges.

5) Agnes von Munster, geboren circa 1527. Gehuwd  in 1576 met Philipp von Sinderen.

6) Heinrich von Munster, geboren circa 1528. Drost zu Sassenberg. Overleden voor 1572. Hij had de volgende kinderen; Johann von Munster, Pastoor van Ottmarsbocholt  Eveneens overleden in 1572. Arnold von Munster von Lindhovel overleden in 1599 te Lindhövel.

7) Margaretha von Munster, geboren circa 1530.


Er werd 1 zoon geboren uit zijn relatie met Catharina (Wencke):

1) Bernard von Munster, volgt XVII.


XXVII. Bernd (Bernhard) von Münster, geboren in het jaar 1527. Gehuwd in 1548 met Getrud Clevorn (Kluiver) in Nordkirchen. Kort hierna is hij Pastoor van Nordkirchen. In 1566 burger van Munster. 


Hoewel er geen feitelijk bewijs uit oorkonden aanwezig is waarmee Bernard von Munster als Pastoor van Nordkirchen te identificeren valt met de Bernard von Munster die in 1576 het Poorterschap van Kampen verwerft, kan het recht op de hoeve Wencke te Ottmarsbocholt wel als bewijs hiervoor aangevoerd worden. Daarnaast blijkt ook uit het DNA van zijn nakomelingen dat Johann von Münster, genaamd "Oving" en zijn vrouw Bertha Hille von Diepenbroick voorouders waren. Meer gespecificeerd op het Y-dna (mannelijke lijn) wordt de mannelijke afkomst uit het geslacht "von Meinhövel" (von Münster, von Senden, von Grotthuß, von Morrien, von Werl) bevestigd


Op 1576 verwerft hij het burgerschap van Kampen en woont dan al sinds een jaar en 1 dag in Kampen. In Kampen is hij werkzaam als hoefsmit. 


25 augustus 1571 Styne Raven, oud 29 jaar, getuigt dat gisterenmiddag de bediende van de soldaat in de Eenhoorn een vijl wilde meenemen uit het huis van Henrick Slotemaker. De vrouw van de slotenmaker zei dat hij moest wachten tot haar man thuis was, maar de jongen gooide de vijl tegen het aambeeld waardoor hij krom werd. Toen Jan Backer een woordje deed ter verdediging van de vrouw, greep de jongen stenen die hij naar Jan gooide; hij raakte hem in het zachte deel van zijn zijde. Jan gooide op zijn beurt een klein bijltje [ dat hij bij zich had ] naar de jongen, maar raakte hem niet. Johan ging daarna naar zijn varkenshok en intussen haalde de jongen ettelijke stenen uit de straat en eiste dat Jan bij hem zou komen, maar die ging gewoon zijns weegs.Tyman Henricks(v), oud 35 jaar, getuigt dat zij na de bevalling zal bevestigen dat de bediende van de soldaat in de Eenhoorn een vijl uit haar huis weg nam om er iets mee te doen. Toen ze zei dat het niet kon zonder toestemming van haar man, gooide de jongen de vijl weg waardoor hij krom werd. Hij ging tekeer tegen haar en Jan Backer kwam tussenbeide; de jongen ging stenen pakken en gooide die naar Jan en met de eerste steen raakte hij hem in het weke deel van zijn zijde. Jan gooide toen een bijltje naar de jongen, maar raakte hem niet en ging naar zijn stal. Toen hij weer terugkwam, stond de jongen voor de deur met stenen bij zich en eiste dat Jan bij hem kwam. Johan ging gewoon zijns weegs zonder iets tegen de jongen te zeggen, die de stenen weer op straat gooide. Berent Smit getuigt dat toen de jongen van de soldaat in de Eenhoorn de vijl gegooid had en Jan Backer het opnam voor de vrouw, hij verschillende stenen pakte en naar Jan gooide. Hij raakte hem in zijn zij. Jan wierp het bijltje en ging daarna weer aan het werk in zijn stal. Herman Goersen meldt dat hij vanuit zijn bovenraam gehoord heeft dat Jan Backer de jongen van de soldaat in de Eenhoorn toesprak en dat de jongen toen stenen gepakt heeft en gegooid waarbij hij Jan in zijn zijde geraakt heeft. Jan gooide toen een bijltje naar de jongen maar raakte hem niet want hij stond in de stal van de Eenhoorn. Jan ging naar zijn stal en toen hij er weer uitkwam heeft de jongen 

opnieuw stenen verzameld uit de straat, maar omdat Jan zijns weegs ging, heeft de jongen de stenen uit boosheid op straat gegooid.


17-4-1574 Berent Smit als volmacht van Dirck Janszn van Utrecht om beslag te leggen op de goederen van Harmen Bussemacker.


07-02-1575  onderwerp Schuldbekentenis onroerend goed n.v.t.  comparanten Johan Smit, schuldenaar  Henrick van Santhen, Schuldeiser. Samenvatting: Comparant verklaart schuldig te zijn aan Henrick van Santhen ƒ11-14 c.g. afkomstig van ijzer; durante iudicio.     bijzonderheden Geen  

   

25 mei 1575 Beernt Smit heeft zich borg gesteld bij de edele Heer to Polwyler voor Johan Jansz Smit en Henrick Jansz Smit betreffende 4 hoet kolen, geschat op 18 keizers gulden en 6 stuiver Brabants; zij zullen de kolen naar Vollenhove brengen en beloven de edele Heer binnen veertien dagen bescheid te doen van de aankomst in Vollenhove en het lossen ervan. Mocht de verplichte certificatie niet getoond worden, dan zal hij borg staan voor de betaling, waarvoor zijn persoon en goederen onderpand zijn. Johan en Henrick beloven de borg schadeloos te stellen.


15-10-1575 Hendrick Berentzen, roededrager van kampen en Berent Berentzen, als zoons erfgenamen van Berent Hoefsmit verklaren dat hun erf (Wencke in Ottmarsbocholt) in munster met Herman Wencke en Halle zijn vrouw gedeeld zal worden (eigendom van Arnold von Münster zu Lindhövel). Berent Berentzen is ook borg voor zijn andere broers en zussen en voor Herman Berentz en zijn broer. Berent Berents van Munster (genaamd Smit) verwerft in 1611 het Poorterschap van Kampen.


05-08-1580 Comparanten; Jan Arentzen, mr Johan ten Hoeve.  Samenvatting; Comparant verstrekt een volmacht aan mr Johan ten Hoeve om, in der minne of gerechtelijk, van de weduwe van Francke Jacobs het geld te vorderen dat deze hem schuldig is en daarbij al het nodige te doen, met macht van substitutie.


18-11-1580 Comparanten; mr Berent Berentzen, barbier te Kampen. Samenvatting; Comparant bekent voor Schepenen dat hij vrij van handtasting en zonder bemoeienis van zijn erven aan zijn tegenwoordige echtgenote, Grete Jansdr, heeft gegeven 20 daalders, al haar ringen en twee zilveren armbanden.


12-1-1581 Berent Smit verleend zijn volmacht aan mr Johan Holm om van Wessel Engberts geld te vorderen wegens geleverd hop.


07-04-1581 Henric Smit en comparanten bekennen zelf de 6 koeien in beslag te hebben genomen die niet betaald zijn.


30-04-1581 Henric Smit aan de Bovenpoorte.


20-01-1582 Comparanten; vader Jan Jansz, Willem  Petersz, Lubbert Henricksz, Jan weduwnaar van Janneken. Samenvatting; Comparant verklaart voor zijn minderjarige dochter Nelle als moeders erfdeel te hebben gereserveerd 150 c.g. en een bed met toebehoren; hij belooft haar te verzorgen en een ambacht te laten leren en te doen wat een goede vader verschuldigd is, waarmee de voogden tevreden zijn. NB. in de kantlijn: op 02-07-1594 meldt Nelle Jansz, met haar man Arent Jansz, van haar vader de goederen ontvangen te hebben, waarvoor zij bedankt met belofte van vrijwaring.

Arent Jans van Munster, verwerft in 1588 Poorterschap. 


15-2-1582 Berent Hoefsmit, weduwnaar van Stijne verklaart voor zijn minderjarige kinderen Lucas en Jan als erfdeel te hebben gereserveerd 100 gulden en de opbrengst uit de kleren van zijn weduwe en beloofd zijn kinderen te leren lezen en schrijven. Op 17 april 1599 bedanken de kinderen (Jan Berents en Lucas Berents Smit) hun vader en voogden en verklaren hun erfdeel te hebben ontvangen.


17-3-1582 Jan Jaspertsz Smit en Engele Jacobs verstrekken het geld aan mr Johan ten Hoeve welke zij voor Jacoba Berentszndr namens haar vader, broer en zuster in hun beheer hadden.


21-4-1582 vrouw Verheyden verleend haar volmacht aan mr Johan ten Hoeve om beslag te leggen op het geld van Berent Smit en nu in bewaring van Jan Jasparsen Smit, afkomstig uit de koop van een huis.


1585 Tryn Cauerss, Berent van Munster wijff zuster.


19 juni 1587 Jan van Munster, Gerrith Pyll en mr Adam Caldenbach hebben zich samen en ieder apart borg gesteld bij de hoplieden Henrick van Brenen to Byselen en Johan Toenisz voor Jan Varver en Jacob van Boickholt, vanwege de gedane uitspraak, zodat zij voor de Raad zullen verschijnen en hun verplichtingen zullen nakomen. 


1593 Hendrick Jans Smyt van Geschriber. 


1593 Berent van Munster huisfrouwen, nu Henrick (Jansz) Smijt Lisabets Kruiys (Kruse) man, achter Borgmr Johan Wael. Het betreft hierbij het huis aan de buiten nieuwstraat 46 te Kampen.


XXVIII. Jan Jansen Smijt (Smith/Smit), geboren 1593 te Kampen. Op 10 juli 1615 genoemd in de aankomsttitel van een rente van 6 goudgulden uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van de Louwensteeg, op 6 januari 1576 was dit huis en erve in het bezit van zijn (stief)vader Henrick (Jansz) Smit (Smijt) in de Nieuwstraat bij het Cleijne Poirtgen te Kampen. De huisarmen te Kampen, zes goudguldens jaarlijksche rente , uit hun huis en erve te Campen in de Nieuwstraat, op den hoek van de Louwensteeg (Schapensteeg), tusschen die steeg aan de eene zijde en Jan Jansz Smit erve aan de andere zijde. Gehuwd 16 april 1618 te Kampen met Armgert Berents uit Almelo. Op 4 augustus en 17 augustus 1620 verschijnen; Lambert Albertsz, 29 jaar oud, gemeensman van deze stad, verklaart onder ede dat Jan Janszen Smith ongeveer drie maanden geleden voor de deur van Jan Sluyters de brouwer op straat tegen hem, getuige, en Jan Albertsz gezegd heeft dat zij mede in de stad Kampen waren, dat zij de privilegies en gerechtigheden van de stad behoorlijk in acht namen en dat zij evenwel met alle anderen degenen waren die ze teniet deden. Jan Alberts, oud ongeveer 36 jaar, verklaart als gemeensman onder ede dat hij en Lambert Alberts ongeveer negen of tien weken geleden met Jan Janszen Smith op straat in gesprek zijn geweest bij de deur van brouwer Jan Sluyter. Toen hij, op straat komend, tegen Jan Janszen (die toen al woorden had met Lambert Alberts) zei “buurman, is het te onderg ….(?)”, dat Jan toen tegen hem zei dat hij óók voor dat volk was en dat men zulke mensen uit de wacht zette en de schelmen en dieven er weer in bracht. Als je voorstander van de burgerij bent, dan ben je ieder keer verderver van de stad Kampen. Jan Sanger, wonend op het Eiland, oud 55 jaar, verklaart dat hij een kwart jaar geleden met Jan Alberts bij Jan Sluyter thuis is geweest en dat Jan Alberts van Jan Sluyter wat geld kreeg van een koe die getuige van Jan Alberts had gekocht. Getuige heeft daar wel gehoord dat Jan Janszen Smith tegen Jan Alberts opmerkingen maakte over het waken, die hij eigenlijk niet onthouden heeft. Jan Alberts antwoordde daarop dat het hem niet betrof, hij moest maar naar de heren gaan. Jan Smith reageerde weer en zei dat men meenslieden uit de gezworen gemeente had gezet die er wel 33 of 34 jaar in hadden gezeten, terwijl men er onbekwamen weer had ingezet. In november 1621 bekennen Jan Jansen Smith en zijn vrouw Armgert Berents te Kampen schuldig te zijn aan Otto Alberts, ijzerkoper te Zwolle een resterend bedrag van 73 carolus gulden wegens de aankoop van een aambeeld en beloven dit te betalen, waarvoor zij als onderpand stellen het gekochte aambeeld. Eodem die 7 Martij 1629 Opt versoecke van Mr. Jan Schmit, poortschriver vande Veenepoorte, versoeckende consent om te moegen maecen inde boege vande poorte een clein huisken. Was geapost: Schepenen ende Raedt accorderen suppliant in sijn petitie ende dat tot revocatie van haer eersame. In 1674 wordt het huis genoemd van Peter de Schilder, gelegen tussen Jan Smit zijn huis en (logement) de Swane op de bovenpoorte (graafschap). In 1695 wordt ook nog een huis beschreven waar nog een last op rust ten behoeve van de erfgenamen van Jan Smitt gelegen op de Burgwal bij de steensteeg, dit heeft echter betrekking op zijn zoon Jan.  


Op 10 juli 1615 genoemd in de aankomsttïtel van een rente van 6 goudgulden uit een huis in de Nieuwstraat op de hoek van de Louwensteeg, op 6 januari 1576 was dit huis en erve in het bezit van Henrick (Jansz) Smit in de Nieuwstraat bij het Cleijne Poirtgen. De huisarmen te Kampen, zes goudguldens jaarlijksche rente , uit hun huis en erve te Campen in de Nieuwstraat, op den hoek van de Louwensteeg, tusschen die steeg aan de eene zijde en Jan Jansz Smit erve aan de andere zijde. Het betreft hierbij het huis aan de buiten nieuwstraat 46 te Kampen.


Op 4 augustus en 17 augustus 1620 verschijnen; Lambert Albertsz, 29 jaar oud, gemeensman van deze stad, verklaart onder ede dat Jan Janszen Smith ongeveer drie maanden geleden voor de deur van Jan Sluyters de brouwer op straat tegen hem, getuige, en Jan Albertsz gezegd heeft dat zij mede in de stad Kampen waren, dat zij de privilegies en gerechtigheden van de stad behoorlijk in acht namen en dat zij evenwel met alle anderen degenen waren die ze teniet deden. Jan Alberts, oud ongeveer 36 jaar, verklaart als gemeensman onder ede dat hij en Lambert Alberts ongeveer negen of tien weken geleden met Jan Janszen Smith op straat in gesprek zijn geweest bij de deur van brouwer Jan Sluyter. Toen hij, op straat komend, tegen Jan Janszen (die toen al woorden had met Lambert Alberts) zei “buurman, is het te onderg ….(?)”, dat Jan toen tegen hem zei dat hij óók voor dat volk was en dat men zulke mensen uit de wacht zette en de schelmen en dieven er weer in bracht. Als je voorstander van de burgerij bent, dan ben je ieder keer verderver van de stad Kampen. Jan Sanger, wonend op het Eiland, oud 55 jaar, verklaart dat hij een kwart jaar geleden met Jan Alberts bij Jan Sluyter thuis is geweest en dat Jan Alberts van Jan Sluyter wat geld kreeg van een koe die getuige van Jan Alberts had gekocht. Getuige heeft daar wel gehoord dat Jan Janszen Smith tegen Jan Alberts opmerkingen maakte over het waken, die hij eigenlijk niet onthouden heeft. Jan Alberts antwoordde daarop dat het hem niet betrof, hij moest maar naar de heren gaan. Jan Smith reageerde weer en zei dat men meenslieden uit de gezworen gemeente had gezet die er wel 33 of 34 jaar in hadden gezeten, terwijl men er onbekwamen weer had ingezet. 


05-09-1621 Comparanten;  Arent Henricks, Gerrit  Henricksz, Johan Snippert, mr Hermen Jurriensz, Henrick Jans Smit, Otto Jans Brouwer. Samenvatting; Comparant heeft zich borg gesteld voor Gerrit Henricksz ten behoeve van de andere pachters voor de jaarlijkse landpacht van f 35 g.g. voor het van Johan Henricksz gepachte land, onder verpand van zijn persoon en goederen.


11-01-1621 Comparanten; van Zwolle - echtpaar Jan Arentsen, Jan Henricksz. Stijne Smit, Warner Berentsen Bronckhorst, Berentgen v. Veene, Geert Jacobsen, Hoochstraten, Henrick v.. Comparanten verklaren schuldig te zijn aan Warner Berentsen Smit een bedrag van f150 c.g., aan Berentgen van Bronckhorst f40 c.g., aan Geert Jacobsen Veene 125 c.g. en aan Henrick van Hoochstraten ₤25 c.g. vanwege een achterstallige termijn van hun gekocht smalschip. Zij beloven dit allemaal terug te betalen en stellen als onderpand het smalschip met alle toebehoren en gereedschap en hun overige goederen.


21-07-1621 Comparanten;  op de Cruijshoop, Jan  Henricksen, Otto Jansen Brouwer, mr Henrick  Smith, mr Hermen Barbier en Johan Snippert. Samenvatting; Comparant heeft beloofd degenen die zich voor hem borg hebben gesteld ivm de jaarlijkse pacht van zijn erf, ten behoeve van mr Johan Jansen Sael als gevolmachtigde van de erfgenamen van Jacob Jacobs Hinloopen, schadeloos te stellen, waarvoor hij als onderpand stelt zijn persoon en al zijn goederen.


November 1621 Inlegvel: de vrouw van Jan Smith nog voor Schepenen te komen. onderwerp Schuldbekentenis     onroerend goed n.v.t.     comparanten Smith, Jan Jansen Schuldenaar Echtpaar   Berents, Armgert Schuldenares    Albertsen, Otto Schuldeiser IJzerkoper - Zwolle       samenvatting Comparanten verklaren schuldig te zijn aan Otto Albertsen een resterend bedrag van ƒ73 c.g. wegens de aankoop van een aambeeld en beloven dit te betalen, waarvoor zij als onderpand stellen het gekochte aambeeld.     bijzonderheden Geen


28 november 1666 Volmacht

onroerend goed Niet vermeld

comparanten Bercks, Geertruidt Volmachtgeefster Wed. A. v. Ruitenburg

Breda, R. van Momber Secretaris

Smit, Jan Gevolmachtigde Doesburg

samenvatting Comparante verstrekt een volmacht aan Jan Smit om haar zaken in Doesburg en de Betuwe waar te nemen, haar landerijen te verpachten, geld te ontvangen enz. en alles te doen, zowel binnen als buiten rechten, wat noodzakelijk is, met macht van substitutie. bijzonderheden Overledene was mede-raadslid.


Kinderen: Henrick en Marten geboren 12 december 1630, Hadewich geboren 14 november 1628, Jan geboren 30 oktober 1626, Lijsabeth.


XXIX. Marten Smijt, gedoopt 12 december 1630 te Kampen. Gehuwd met Anna Abigel Richters, dochter van Laurents Jurrienszn Richter en Annichien Volcerus. Van beroep lakenbereider. Van 1672 tot 1808 werd het Grootburgerschap van Kampen verleend aan de geslachten die van oudsher het Burgerschap van Kampen hadden en gerechtigd waren om deel te nemen aan het Stadsbestuur (het oude Patriciaat). Op 10 maart 1681 werd "Marten Smit" ingeschreven als "Grootburger" van de Stad Kampen; "sal der Stadts meente mede mogen beslaen".  Op 17 mei 1684 wordt door de Raad ingestemd met zijn verzoek om buiten de Cellebroeders- poort een raem (lakenraam, waarop het laken na het wassen werd uitgespannen om te drogen)  te mogen plaetsen zoals voorheen Jurrien Laurens Richter en Berent Fransen Pastoor dit hadden gehad.


18-01-1655 Kinderbewijs onroerend goed n.v.t.

comparanten Richter, Laurents Jurriensz Wdn. Aeltien Bisschop Vader

Richter, Jurrien Laurents Voogd

Bisschop, Sijbert Voogd

samenvatting Comparant verklaart voor zijn minderjarige zoon Dirck Laurents Richter als 

moeders erfdeel te hebben gereserveerd ƒ100 c.g. en belooft hem lezen, schrijven en een handwerk te laten leren en te doen wat een goed vader verschuldigd is, waarmee de voogden tevreden zijn. NB. in de kantlijn: op 30-01-1655 verandert de vader het kinderbewijs in ƒ 2000 cg., zes zilveren lepels, twee gouden ringen, twee zilveren kettinkjes en een dubbele rijksdaalder.

bijzonderheden Geen


17 april 1666 comparanten Volcerus, Annichien Wed. van Laurens Richters Moeder

Eeckholdt, Peter Voogd

Pool, Jan Voogd samenvatting Comparante verklaart voor haar minderjarige dochter Anna Abigel als vaders erfdeel te hebben gereserveerd een bedrag van ƒ250 c.g., een bed met toebehoren, een zilveren kop, een zilveren bel en 6 zilveren lepels en belooft haar lezen, schrijven en naaien te laten leren en te doen wat een goede moeder verschuldigd is, waarmee de voogden tevreden zijn. De moeder heeft het vruchtgebruik. bijzonderheden Geen


154. Den 17 Maij 1684, fol.66vo. Op het request van Marten Smit, versoekende buijten de Cellebroeder poorte ter plaetsen daer Jurrien Laurens Richter en Berent Fransen Pastoor voor desen een raem gehadt hebben weder een raem magh setten. Was geapost: Suppliant wordt dit sijn versoek geaccordeert


Den 31sten December 1701, fol.147.

Op de requeste van Willem Middeldorp en Laurens de Haan momberen over de kinderen van Marten Smit bij Anna Abigel Richters in echte verweckt, beneffens de Buijten Vaeder van het Burger Weesen Huijs gesamentlijcke erffgenaamen van Lijsabeth Jans saligher in leven getrouwt aen Jan de Poel; versoeckende om reedenen aldaar breeder vermeldt, dat haar Wel Edele Hoogh Achtbaare de scheijdinge tusschen haar qqa. en Jan de Poel voornoemt gemaackt de dato den 28sten December deses jaars 1701 ten requarde van d’ onmondigen gelieffden t’ approbeeren. Was geapost: Schepenen en Raaden approbeeren naa rijpe examinatie (voor soo veele het selve de minderjaarigen is aengaande) het contract desen annex de dato den 29sten December 

deses jaars 1701.


Den 24sten October 1702, fol.161vo.

Op de requeste van Willem Middeldorp en Laurens de Haane momberen over de kinderen van Marten Smitt bij Anna Abigel Richters in echte verweckt als mede wegens de Buijten Vaeder van der Burgeren Weesen Huijs, universeele erffgenaame van saligher Jan de Poole, versoeckende voorschreeven erffenisse en naalaatenschap om reedenen aldaar vermeldt onder beneficie van inventaris te moogen aenveerden.Was geapost: Suppleanten wordt g’ accordeert desen boedel onder beneficie van inventaris te moogen aenveerden; En sulx met assumptie van die Ed: Anthonij Eeckhoudt, in qualiteijt als boedelhouder van den Armen.


6-6-1704 Verklaring onroerend goed n.v.t.

comparanten Smitt, Laurens Comparant

De Haan, Laurens de Voogd

Middeldorp, Willem Voogd

samenvatting Comparant, zoon van wijlen Marten Smitt en Anna Abigael Richters, 

verklaart zijn voogden te danken voor de goede administratie van de goederen van zijn tante Lijsabeth Jans en belooft hen te vrijwaren van alle aanspraken. De koop van een huis.


XXX. Laurens Smith, geboren ca 1683 te Kampen. Gehuwd 11 april 1704 met Trijntje Wijckhuys te Leiden. Op 29 december 1701 woont hij met zijn andere broers en zussen in het (Groot)Burger weeshuis als zij als erfgenamen worden benoemd van hun overleden tante Lijsabeth Jans (Smit) gehuwd met Jan de Poel. Op 24 oktober 1702 aanvaarden de weeskinderen ook de erfenis van Jan de Poole (Poel). Op 6 juni 1704 heeft Laurens het (Groot) Burger weeshuis te Kampen verlaten en bedankt hij zijn voogden Laurens de Haan en Willem Middeldorp voor de goede administratie over de goederen van wijlen zijn tante Lijsabeth Jans Schmidt. Van beroep Lakenwerker, wonende te Kercksteegh op de Orangiegraft te Leiden. Kinderen: Anna Abigael 1705, Maarten 1706, Klaas 1707, Matthys 1709 en Geesje.


XXXI. Maarten Smit, gedoopt 11 juni 1706 te Leiden. Gehuwd ca. 1737 te Leiden met Elizabeth Pieters. in 1744 verhuisd van Leiden naar Delft. Overleden 22 januari 1785 als weduwe van Maarten Smit aan de Doelenstraat (aan de Lakengracht) in Delft. Op 12 december 1748 laten zij een dochter Anna Abigail Smit dopen te Delft. Vanaf 1723 tot 1737 werkzaam als bosschieter voor de kamer Zeeland op de schepen; Hof niet altijd zomer, Suzanna en Westkappele en vaarde op Batavia.


XXXII Pieter Smit, gedoopt 10 juli 1740 te Leiden. Gehuwd op 21 oktober 1759 te Delft met Jacomina Djoree (Jaccomina Dorrenje), zij is overleden 17 november 1779 te Delft. Zijn vader Maarten Smit en moeder Elisabeth Smit zijn aanwezig als getuige bij de doop van zijn zoon Maarten in 1760. Pieter Smit was in 1759 in dienst als bosschieter van de kamer Delft op het schip Overschie, waarmee hij vaarde op Batavia.


XXXIII. Maarten Smit, gedoopt 21 augustus 1760 te Delft. Gehuwd 19 september 1779 met Johanna van den Berg te Delft, dochter van Abraham van den Berg (Plateelbakker) en Jacoba van Aken is overleden 21 februari 1831 in de Schoolsteeg no 2 (het arme  mannen en vrouwenhuis) te Delft. Hij woonde op de Lakengraft (Doelenstraat) te Delft en zij op de Harmencoxlaan te Delft. Hij was varensgezel (matroos) bij de marine op het oorlogsschip Doggersbank en is overleden 2 december 1811 ter reede van Hellevoetsluis. Van 28 augustus 1777 tot 1779 jong matroos op het schip jonge hugo voor de VOC (op 4 april 1778 aangekomen op Batavia).


XXXIV. Jacob Smit/Schmidt, geboren 26 januari 1793 te Delfshaven (Rotterdam). Overleden 17 november 1850 te Ewijk. Tijdens zijn 1e huwelijk al vermeld als gepensioneerd Militair. 1e huwelijk was op 25 november 1835 te Delft met Alijda Wurffel (Worfel) en 2e huwelijk op 18 juni 1846 te Beuningen met Geurtje Arriens Prins. Zij is overleden 12 augustus 1884 te Helvoirt. Onder stamboek nummer 1083 vinden we Jacques Smit, als zoon van Martin Smit en Jeanne van de Bey, geboren 26 januari 1793 te Delfshaven genoemd in het Regiment Pupillen van de Garde in het leger van Napoleon. Hierna onder stamboeknummer 2160 als Jacques Smit, de zoon van Martin Smit en Janne Landeberg, geboren 26 januari 1793 te Delfshaven genoemd in het 6e Regiment Voltigeurs  van de Garde in het leger van Napoleon. Vanaf 1814 onder stamboek nummer 719 is hij eerst tamboer in het 2e regiment Nassau van het 3e bataljon en later is hij hier Grenadier en ontvangt de gratificatie van de Slag bij Waterloo 1815. Op 27 juni 1840 te Harderwijk opgepakt en op 11 april 1840 in Veenhuizen opgesloten, ontslagen 27 januari 1841. Zijn signalement lengte 1 el 76, spits aangezicht, grijs haar, ogen blauw, gewone neus, gewone mond en ronde kin. Op 28 april 1841 te Zwolle Amersfoort opgepakt en 17 mei 1845 ontslagen uit Veenhuizen. Signalement lengte 1780, aangezicht breed, haar grijs, ogen blauw, neus groot, mond breed en ronde kin. 


XXXV. Jacob Schmidt, geboren 8 augustus 1849 te Ewijk. Overleden 14 juli 1927 te Nijmegen.Van beroep; arbeider, grintbaggeraar, straatmuzikant, orgeldraaier, kermisreiziger. Zijn optreden op kermissen was samen met een getrainde aap.  Gehuwd op 14 mei 1869 te Beuningen met Maria Koenen, op 7 november 1877 te Ewijk met Maria Alders en op 16 september 1915 te Nijmegen met Aleida Maria Jacoba Smit. Zijn kinderen: Jacob Schmidt 1870-1945, Adrianus Schmidt 1874-1879, Geertruide Schmidt 1878-1879, Johanna Albertina Schmidt 1874, Gradus {Gradje) Schmidt, geboren 12 september 1878 te Ewijk, Johannes Jacobus Schmidt, geboren 4 november 1883 in Nijmegen, Wilhelmus Schmidt 1885-1886, Elisabeth Schmidt 1887, Maria Schmidt, Wilhelmus Schmidt 1891-1893, Jacob Schmidt 1892-1894.


XXXVI. Johannes Jacobus Schmidt, geboren 4 november 1883 te Nijmegen. Overleden 22 juni 1957 te Hilversum. Van beroep muzikant, orgeldraaier. Net als zijn vader werd zijn draaiorgel muziek begeleid met het optreden van een aapje, waardoor hij de bijnaam "Apejan" verwierf. Op 25 augustus 1896 veroordeeld tot 5 jaar (1901) toezichtstelling in het Rijks Opvoedings Gesticht van Alkmaar. Hij was toen 13 jaar, tamboerijnspeler zonder vaste woon- of verblijplaats en had 3 maal diefstal gepleegd. Zijn beschreven eigendommen waren; hoed, jas, vest, broek, sporthemd, zakdoek, paar sokken, paar schoenen, onderbroek, hemd, paar handschoenen, een apenmutsje en tol. Gehuwd 18 april 1906 te Amersfoort met Renske van Houten, overleden 2 december 1932 te Laren. Zij was een dochter van Jacobus van Houten, welke geboren werd uit een affaire van Antje van Houten en Christiaan Sireuversche. Van 1927 tot 1930 als Johs Jacobus Schmidt, koopman, Amersfoort en zijn gezin Rintke van Houten, Susanna Schmidt, Jacob Schmidt, Maria Schmidt, Antonia Schmidt, Allegonda Schmidt, Rinske Schmidt, Carel Schmidt, allen zonder beroep en wonende te Amersfoort, bewoners van woonwagen nr 2 in Oss. In Hilversum werkte hij als muzikant voor het circus Strassburger. 


XXXVII. Jacob Schmidt, geboren 23 november 1907 te Breda. Gehuwd op 2 augustus 1933 met Antonia Bos te Amersfoort, zij bewoonde met haar ouders woonwagen nr 1 te Oss. Overleden 29 maart 1970 te Oegstgeest aan een hartaanval. Zijn vrouw overleed op 24 april 1985. Van beroep Muzikant en Kermisreiziger. Het betrof ook hierbij werkzaamheden als draaiorgelspeler samen met een aapje en werd hij net als zijn vader "Apejan" genoemd. Hiernaast was hij scharensliep (messenslijper). Twee van zijn zonen (Jacob en Jan) overleden bij het bombardement van Arnhem in 1945. Zijn twee overgebleven zonen waren Johannes Schmidt (* 11 augustus 1930 en + 23 maart 2021 in Leiden), die werkzaam was als muzikant en patatbakker op het kamp in Leiden en zijn zoon George Schmidt  (* 20 juni 1942 en + 13 augustus 2004 in Leiden)  die werkzaam als autohandelaar.