Riddergoed Pommlitz
Mügeln
 

De familie Reigersberg

Reigersberg; oorspronkelijk "Haagse Elite" (Patriciaat) die met stamvader "Adriaan Dirksz. van Reigersberghe" (1429-1479) en zijn vrouw Wijnen van Mointfoirde begint. Hij bezat het goed “Reygersberghe” in ‘S Gravensande, een huis aan de Oostzijde van de Veenestraat in Den Haag en was Drapenier van beroep en hoofdman van het Sacramentsgasthuis.

 

In 1615 overlijdt (kinderloos dwz zonder wettige kinderen) haar oom Mr. Jacob van Reygersberghe als Predikant van ‘s Gravenzande en treedt Mr. Willem de Groot als advocaat op voor de zussen Geertruida en Cornelia van Reigersberg. Uit hem de natuurlijke zoon “Pieter Jacobs Reygerberghe”, die reeds voor hem overleden is, maar wiens zoon Meynert Pieters Reygersberg als soldaat onder Hopman Rogier van Slijp op 1 februari 1617 in Groningen in het huwelijk is getreden met Geertien Hindrix. In 1653 als hij zijn 2e huwelijk aangaat met Nieltjen Allerts is hij al Wolkammer bij het boterdiep in het Wagenhuys. Hij is de stamvader van het Groningse geslacht Reigersberg wat met Allert Meinerts Reigersberg, gedoopt 29 sept 1654 te Groningen en gehuwd te Groningen op 18 september 1679 met Renske Reinders (Bolhuis) van Kantens werd opgenomen in het kleine Groningse Patriciaat.

 

Een tak van deze familie maakt sinds 1862 gebruik van de dubbele naam Swijghuisen Reigersberg met het familiewapen van de Zeeuwse tak “van Reigersberg”. Sinds 1955 maakte ook Johannes Reigersberg, geboren 1909 te Hoogkerk gebruik van dit wapen. Het gaat hierbij om een wapen gedeeld in vier stukken, met in de kwartieren 1 en 4 in zilver een blauwe reiger en de kwartieren 2 en 3 doorsneden van zilver en zwart. Beladen met een rood hartschild waarin een gouden leeuw.


GENEALOGIE

 

I. Adriaan Dircksz, bewoont in 1450 Reigersberg in ’s Gravenzande waar hij in 1477 in de aanwezigheid van zijn broer Dirk Simonsz. overlijdt. Daarbij wordt zijn achternaam voluit vermeld: Adriaan Dirksz. van Reigersberg.1459 Adriaan van Reygersberch (van Reygersberghe) doet in 1459 een gift aan de St. Jacobuskerk in Den Haag. We komen deze Adriaan ook tegen in bronnen over de Haagse Elite in 1466, 1469 en 1477. Adriaan is geboren omstreeks 1429 en is van beroep drapenier (lakenbereider), hij is huizenbezitter in Den Haag en bekleedt er openbare functies. Hij zou zijn overleden na 1479. Adriaan van Reygersberch doet in 1459 een gift aan de Grote of St. Jacobuskerk in Den Haag. De enige overgebleven kapel is de kapel van Assendelft, in 1482 gesticht door Gerrit van Assendelft, die in 1462 eigenaar werd van het landgoed in Wassenaar dat later aangeduid zou worden als ‘Reygersberghe’. Hoofdman Archief Sacramentsgasthuis in 1475 en met Engelbrecht van Camp en Dirk Jansz. backer in 1469, en inner “van de lopende bede en van de gift van de blijde inkomste”. Die laatste functie wordt ook vermeld bij ene Jansz. Dirk – Bij Claasz. Jan, geboren circa 1420, schepen en drapenier: “Werd 12 aug. 1466 met Arnd. Wolbrandsz. en Adriaan van Reygersberch afgevaardigd door de magistraat voor onderhandelingen met de Hanze over de Haagse lakens”. Dit had ongetwijfeld te maken met de permanente spanningen en conflicten tussen de drapeniers en de lakenvollers, die zich uitgebuit voelden. Deze vollers of volders moesten na het verven de lakens in kuipen stampen om ze een soepel aanzien re geven. – We treffen bij overige gegevens van Jan van Naerden te Den Haag, weesmeester (1482-1485) en klerk, de volgende tekst aan: “Vermoedelijk 1476, deed hij rek. van het goed van Adriaan van Reygersberghe? (Archief H.Geest 916)” 


III. Jan Janse Glasemaker alias van Reygersberghe, zou volgens de oudste bronnen afkomstig zijn uit Kortgene op Noord-Beveland. Hij zou een kleinzoon zijn van Adriaan Dircksz Reygersberghe waarmee zijn niet genoemde vader ene Jan Adriaans Reygersberghe geweest moet zijn, Hij vestigde zich voor 1532, toen het stadje Kortgene overstroomde, in Veere. Over de herkomst van deze adelijke Zeeuwse tak bestaan verschillende lezingen. In vervalste stambomen is gepoogd een relatie met een Duitse adelijke tak aan te tonen. Jan heeft twee zonen: 1. Adriaan Janz van Reijgersberge, geboren te Kortgene, licentiaat (arts) te Veere, die in 1522 daar schepen wordt. Hij overlijdt te Veere omstreeks 1530. Hij was gehuwd met Jacomine Claes Gillsdochter, Het paar had een dochter, Maria, geboren in 1523. en een zoon, Adriaan, geboren in 1530. 2. Jan Janse van Reygersberghe

 

IV. Jan Janse van Reygersberghe, stamvader van de Zeeuwse Adellijke Regentenfamilie. Geboren te Kortgene in 1510 was van beroep apotheker en daarnaast historicus, kroniekschrijver en poorter te Veere. In 1551 zag zijn “Cronijcke van Zeelandt” in Antwerpen het licht. In 1530 wordt Jan voogd over Maria en Ariaan, de kinderen van zijn overleden broer. Overleden in 1560 te Veere. Gehuwd voor de 1e maal met Willemijne Willems die overleed in 1538 te Veere en in 2e huwelijk in 1539 met Styna Jacobs Vordael (Christine Jacobs Beyers van Voxdaal). Uit zijn 1e huwelijk de zoon Jan van Reigersberg, apotheker te Veere die als aanhanger van de Hervormingen werd verbannen naar Elba en uit zijn 2e huwelijk Pieter van Reigersberg in 1581 burgemeester van Veere.

 

V. Mr. Jacob van Reygersberghe, Predikant van ‘s Gravenzande. In 1615 overlijdt Mr. Jacob van Reigersberg kinderloos (wettelijk) op Reygersberghe in ’s Gravenzande en treedt Mr. Willem de Groot als advocaat op voor de zussen Geertruida en Cornelia van Reigersberg. Diens goederen gaan over naar Geertruida van Reigersberg. Bij haar overlijden in 1643 gaan de goederen over aan haar zus Cornelia van Reigersberg. In 1631 en in 1643 treedt Mr. Willem de Groot, broer van Hugo de Groot, op als advocaat van de familie Reigersberg.

 

VI. Pieter Jacobs Reygersberge, in 1617 genoemd als overledene Groningen.Hij was een natuurlijke zoon van de in 1615 overleden Predikant van ‘s Gravenzande “Mr. Jacob van Reygersberghe”, oom van Maria van Reigersberg en broer van de Burgermeester van Veere “Pieter van Reigersberg” gehuwd met Maria Nicolai. 

 

VII. Meynert Pieters (van Reygersberge), 1595 Groningen. Meynert Pieters Reygersberg, genoemd in 1617 als zoon van de reeds overleden “Pieter Jacobs Reygerberghe”, als soldaat onder Hopman Rogier van Slijp. Op 1 februari 1617 huwt hij in Groningen met Geertien Hindrix. Wolkammer bij het boterdiep in het Wagenhuys. Gehuwd voor de 2e maal in 1653 met; Nieltjen Allerts te Groningen.In Groningen op 1 februari 1617 gaan Meynert Pieters, Pieter Jacobs sonne alsyn gestorven, soldaet onder Rogier Slyp, patrus assistentie van corporael Harmen Claeses ynde Geertien Hindrix, Hindrick Maertens in de Kromme Ellebogen dochter, assistentie van Jan Lucas, Lucas Rose in de Kromme Ellebogen, Huis Rap is de Pol, gehuwd 9 maart 1617 op het schutendiep. Gehuwd voor de 2e maal met Nieltjen Allerts omstreeks 1653, wonende in het Wagenhuis aan het Boterdiep (bleekveld) te Groningen. Op 29 september 1654 laten zij de zoon Allert Meynerts te Groningen dopen bij t boterdiep. Op 29 februari 1656 de dochter Jeije bij het boterdiep, en op 20 oktober 1658 de zoon Hillebrant bij het Wagenhuys. Meynert Pieters behoorde dus tot de Prinselijke Garde welke het Provinciehuis en het Stadhouderlijke hof bewaakte. In 1631 was een Pieter van Reygersberge capitein van de cavalerie.

 

VIII. Allert Meinerts Reigersberg, gedoopt 29 september 1654 te Groningen. Hij werd als wolkammer opgenomen in het kleine Groningse Patriciaat van de Stad Groningen. Gehuwd op 18 september 1679 te Groningen met; Renske Reinders (Bolhuis) van Kantens. Kinderen; Annichien, Meinardt Reigersberg, Reinder, Gepke, Reinder, Nieltje, Gepke, Claes Reigersberg, Nieltjen.

 

IX. Meinardt Alderts (Meindert Alders) Reygersbergh, gedoopt 1 maart 1683 te Groningen. Gehuwd 19 november 1705 met Jantje Gerrits (de Vries) en de 2e maal op 16 mei 1726 te Groningen met Immeghjen Kraanenborg. Overleden 27 februari 1751 te Groningen. Wolkammer.

 

X. Lucas Meindert Reygersbergh, gedoopt 15 april 1734 te Groningen. Op 8 maart 1764 kocht hij een graf in de Martinikerk te Groningen. Begraven 14 oktober 1779 in Groningen. Van beroep Wolkammer. Bij het kerkelijk huwelijk van Annegien Garkendorp en Lucas Reygersbergh was de volgende getuige aanwezig: Jan (de oudere) Sinninge (1685-1758) de oudoom moederszijde van de bruid. Gehuwd op 1 juli 1756 te Groningen met; Annegien Garkendorp.


XI. Meindert Reigersberg, gedoopt 6 september 1757 Groningen. Overleden 7 oktober 1819 te Groningen. In 1787 woonden ze in de Guldenstraat te Groningen. Van beroep Wolkammer. Erfelijke vice sergeant van de 3e compagnie burgerwacht in de Stad Groningen. Gehuwd 28 mei 1784 te Groningen met; Catharina Ringels, gedoopt 28 mei 1762 te Groningen en Overleden 29 juli 1826 te Groningen. Vroedvrouw te Groningen.

 

XII. Jan Imbertus Reigersberg, geboren 21 juli 1799 te Groningen. Overleden 7 september 1862 te Groningen. Broodbakker en Korenmeter te Groningen. Gehuwd op 8 mei 1823 te Groningen met; Scheltje Jacoba van der Veen, geboren 1 juli 1803 te Groningen. Overleden 31 maart 1863 te Groningen.

 

XIII. Lucas Harmannus Reigersberg, geboren 2 maart 1843 Groningen. Overleden 8 mei 1905 te Groningen. Steenhouwer te Groningen. Gehuwd te Groningen op 28 maart 1880 met; Aaltje Smid, geboren 20 november 1852 te Woldendorp en overleden 21 januari 1927 te Doetinchem.


XIV. Jan Imbertus Reigersberg, geboren 20 maart 1883 Groningen. Overleden 22 juni 1928 in Groningen. Steenhouwer. Gehuwd 8 december 1906 te Leeuwarden met; Trijntje Suk, geboren 23 september 1885 te Huizum. Overleden 25 november 1969 te Groningen. Cafehoudster van Cafe Aduard en Cafe Gruno.

 

XV. Cornelia Reigersberg, 15 juni 1912 Groningen. Overleden 15 juni 1985 te Groningen. Gehuwd op 23 augustus 1945 te Groningen met; Jan Sieroversche, geboren op 8 juni 1898 Groningen. Overleden 7 maart 1961 te Groningen. In 1917 sergeant bij de Koloniale reserve. Kapitein en Stuurman op de Engelandvaart en Koopvaardij. Voor haar huwelijk aan tijdens de 2e wereldoorlog was zij schoonmaakster op het Politiebureau en stal voedselbonnen voor het verzet. Meerdere keren werd zij ook aangehouden omdat de Duitse bezetting veronderstelde dat zij een Joodse afkomst had.