Riddergoed Pommlitz
Mügeln
 

De familie Hummel

De familie Hummel waren een boerengeslacht van "Eigenerfden" die in de omgeving van Vledder, Diever, Hoogersmilde en Smilde hun bestaan als Veenbazen vonden. Een eigenerfde of eigengeërfde (Yeoman in Engeland) was tijdens de middeleeuwen en het ancien régime iemand die vrij-eigen of allodiaal grondbezit van enige omvang had. Theoretisch zouden edelen met allodiaal grondbezit ook behoren tot de eigenerfden. In de praktijk werd de term slechts gebruikt voor de niet-adellijke grondbezitters vergelijkbaar met het oorspronkelijke Patriciaat van een Stad. Zowel het geslacht Hummel als Fledderus zijn nakomelingen van de Hanze Koopman Roelof de Vos van Steenwijck (een bastaard uit het geslacht de Vos van Steenwijck), welke door Hans Holbein in 1541 werd geschilderd. Vergelijk hierbij ook de informatie op de Nederlandse Familienamenbank van het CBG (Centraal Bureau voor Genealogie); "Harm Jans Hummel(ing), geb. te Hoogersmilde, ged. Diever 1692, veenbaas te Zevenhuizen (Leek); zoon van Jan Harms Hummelen, geb. Hoogersmilde voor 1667; zoon van Harm Jacobs (Hummelen), geb. Uffelte 1628-29, wonende te Hoogersmilde, ovl. aldaar 1699; zoon van Jacob Harms Hummelen, wonende als eigenerfde op de plaats Hummelding te Uffelte (1632); zoon van Herman Johans de Vos 'gezeit Hummelinck', wonend op de plaats Hummelding(ck) te Uffelte".  Een lid van deze familie was de Schulte Hendrik Hummel uit Hoogersmilde, die in 1764 het jachtrecht in de heerlijkheid Hoogersmilde verleend werd, tegen een geldelijke vergoeding.